Maar één derde heeft minder dan 2.500 euro – check jouw positie
Nederlandse huishoudens hebben in de eerste helft van 2026 opnieuw miljarden extra opzijgezet. Het totale spaarsaldo staat nu op 553 miljard euro, een nieuw record volgens De Nederlandsche Bank.
Bull market op de bank. Dat spaarsaldo is 4,5% hoger dan eind vorig jaar, en bovenop die 553 miljard staat er nog eens 113 miljard euro op betaalrekeningen. Tegelijkertijd steeg het belegd vermogen met 12% in één kwartaal naar 234 miljard – de grootste kwartaalstijging ooit gemeten.
Maar die macro-cijfers vertellen niet het hele verhaal. Het gemiddelde huishouden heeft volgens het CBS zo’n 54.700 euro aan bank- en spaartegoeden, maar die verdeling is extreem scheef. Ongeveer één derde van alle huishoudens heeft minder dan 2.500 euro spaargeld – geen volwaardige noodbuffer dus.
En dan is er nog het renteverhaal. Veel spaarders laten structureel rendement liggen door niet over te stappen naar betere rekeningen. Het renteverschil tussen banken kan aanzienlijk zijn, terwijl inflatie rond de 3% aan je koopkracht vreet.
De strategie? Hou minimaal 3 tot 6 maanden vaste lasten als buffer. Check of je rente nog competitief is. En als je ruim boven die buffer zit, overweeg dan om disruptieve technologie en indexfondsen een kans te geven – want met spaargeld alleen verlies je reële koopkracht. DNB laat zien dat beleggers in Q2 2026 flink profiteerden van de hausse.
Recordspaargeld klinkt mooi, maar de vraag is: zit jouw gezin aan de goede kant van dat gemiddelde? Nu is het moment om je buffer te checken en lui spaargeld te activeren.


