Prijzen stijgen minder hard, maar je portemonnee voelt het anders aan.
De inflatie in Nederland is in juni gedaald naar 2,5% (Europees gemeten) of 2,9% (nationale CPI). Goed nieuws toch? Nou, het verhaal is genuanceerder dan die cijfers doen vermoeden.
Ik zag de cijfers voorbijkomen en dacht eerst: Yes! Inflatie is eindelijk richting normaal. Maar toen sprak ik vrienden en familie, en niemand voelt zich echt ‘ontlast’. Sterker nog: CBS-onderzoek toont aan dat Nederlanders de inflatie rond de 8% inschatten. Bijna drie keer zo hoog!
Waarom dat verschil? Simpel: we kijken vooral naar de dingen die echt pijn doen. En dat zijn tegenwoordig niet zozeer je boodschappen (die stijgen nog wel, maar niet extreem meer), maar wonen, tanken en uitgaan.
Brandstofprijzen liggen maar liefst 18% hoger dan vorig jaar juni. Huurstijgingen blijven drukken. En diensten – van de kapper tot een terrasje – zijn gemiddeld 3,9% duurder geworden. Deze ‘stille prijsstijgers’ maken dat het dagelijks leven duurder aanvoelt dan de cijfers suggereren.
Wat betekent dit voor jouw financiën? Als je spaargeld op een rekening hebt staan met lage rente, verlies je nog steeds koopkracht. Bij 2,5% inflatie halveert de waarde van je geld in ongeveer 27 jaar. Tijd om naar beleggingsopties te kijken?
En die auto? Misschien kun je vaker de fiets pakken of carpoolen. Kleine keuzes die op termijn flink schelen.
De inflatie daalt, en dat is goed nieuws. Maar verwacht niet dat alles ineens goedkoper wordt – het wordt vooral minder hard duurder. En dat voelt nog steeds als verlies.


