Maximaal €3.000 contant betalen en een grens van €20.000 per jaar voor stortingen
Vanaf 1 januari 2026 mag je bij handelaren niet meer contant betalen als het bedrag €3.000 of hoger is. Tegelijk versoepelen banken hun controles: tot ongeveer €20.000 per jaar aan contante stortingen wordt minder snel gevraagd naar de herkomst.
Voor gezinnen met een degelijke savings rate betekent dit concreet: grote aankopen zoals een tweedehands auto bij een dealer of dure sieraden moet je voortaan digitaal afrekenen. Particulier-onderling (via Marktplaats bijvoorbeeld) mag nog wel contant, maar zodra een handelaar in het spel is, geldt de grens van €2.999,99.
De versoepeling bij banken klinkt positief, maar pas op: de €20.000 per jaar is een richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Banken, geen wettelijk recht. Elke bank stelt zelf haar limieten vast. Grote coupures of plotselinge afwijkende patronen blijven verdacht. Welingelichtekringen legt uit dat de Wwft gewoon blijft gelden.
Voor mijn eigen budget betekent dit: ik houd mijn contante enveloppen voor kleine uitgaven, maar al het grotere (en zeker alles boven €3.000) loopt via mijn betaalrekening. Dat maakt je financiële administratie traceerbaar, wat handig is voor belastingaangifte en vermogensopbouw via indexbeleggen.
Opknippen van stortingen om controles te ontwijken werkt trouwens niet: banken zien dat direct en dat verhoogt juist je risicoprofiel. Bewaar altijd documentatie bij schenkingen, erfenissen of verkopen – zelfs als je onder de €20.000 blijft. AD benadrukt dat contant geld niet verdwijnt, maar wel minder functioneel wordt voor grote bedragen.
Mijn advies: gebruik contant voor budgetteren en kleine uitgaven, maar laat grote bedragen via de bank lopen. Dat scheelt gedoe, kosten en vragen – en past beter bij een transparante financiële strategie richting financial independence.


