Servicekosten zoals huur en zorg stijgen sneller dan je salaris
De Nederlandse inflatie steeg in februari 2026 naar 2,3%, voornamelijk door een forse sprong in de prijzen van diensten van 3,6% naar 4,2%. Voor gezinnen betekent dit dat huur, zorg en kinderopvang flink duurder worden.
De stijging komt vooral door loonkosten en huurprijzen die hard blijven oplopen, meldt ING. Terwijl voedsel en andere producten juist goedkoper worden, betaal je voor diensten steeds meer. De kerninflatie klom zelfs naar 2,7%.
Wat betekent dit voor jouw portemonnee? Als jouw salarisstijging achterblijft bij die 4,2% diensteninflatie, wordt je budget voor essentiële zaken zoals energie, zorg en huur eigenlijk kleiner. Mijn spaartip: Ga tijdens je volgende salarisonderhandeling uit van die 4,2% als minimum, niet van de algemene inflatie.
Goed nieuws is er ook: voedsel werd juist goedkoper, met een daling van 2,0% naar 1,4%. Hier kun je dus besparen door bewuster je boodschappenlijst samen te stellen.
Let op het verschil tussen de twee inflatiecijfers: de CPI (die wél huurprijzen meetelt) blijft op 2,4% staan volgens CBS. Als huurder of huiseigenaar met hypotheek ervaar je dus waarschijnlijk hogere inflatie dan die 2,3%.
Mijn praktijkvoorbeeld: Ik vergeleek vorige maand mijn spaarrekening (1,8% rente) met de 2,4% CPI. Dat betekent dat mijn spaargeld elk jaar 0,6% koopkracht verliest. Daarom spreid ik nu een deel over indexfondsen voor de langere termijn.
Houd je energiecontract en hypotheekrente scherp in de gaten—vaste tarieven bieden nu bescherming tegen verdere stijgingen. En vergeet niet: echte vermogensgroei begint waar inflatie stopt.


