Belasting op papieren winsten zorgt voor twijfel bij coalitiepartijen
De Eerste Kamer staat uiterst kritisch tegenover de voorgestelde vermogensaanwasbelasting voor box 3. Zelfs coalitiepartijen VVD en CDA twijfelen openlijk over het invoeren van een tussenstap die volgens deskundigen binnen enkele jaren toch weer vervangen wordt.
Het nieuwe box 3-stelsel moet vanaf 2028 belasting heffen over je werkelijke rendement, inclusief niet-gerealiseerde waardestijgingen. Dat betekent: belasting betalen over papieren winsten, nog voordat je je aandelen of vastgoed hebt verkocht.
Voor beleggers met een portefeuille van €100.000 en 6% rendement kan dat neerkomen op circa €1.500 belasting per jaar (na aftrek van het heffingsvrije rendement van €1.800). In een slecht beursjaar betaal je minder, maar je hebt wel al belasting betaald over eerdere papieren winsten.
Fiscalisten zoals Edwin Heithuis waarschuwen tijdens de deskundigenbijeenkomsten dat dit vooral problematisch wordt voor vastgoedbeleggers. Een beleggingspand dat €20.000 in waarde stijgt, betekent cashflow-problemen: je moet belasting betalen zonder extra inkomsten.
Nog pijnlijker: het voorstel belast ook de inflatiecomponent. Als je vermogen met 4% stijgt terwijl de inflatie ook 4% is, ben je reëel niet rijker geworden. Toch betaal je belasting over die schijnwinst.
De discussie spitst zich toe op één vraag: waarom een complex tussensysteem invoeren als iedereen verwacht dat er binnen 3-5 jaar toch een vermogenswinstbelasting komt? Bij die variant betaal je pas belasting bij daadwerkelijke verkoop.
Staatssecretaris Eerenberg werkt aan aanpassingen, waaronder ruimere verliesverrekening. De behandeling staat voorlopig gepland voor 23 juni, maar of dat doorgaat hangt af van de concrete wijzigingen. Bij verwerping ontstaat een begrotingsgat van €2,4 miljard.
Voor gezinnen met substantiële beleggingen of een tweede woning: reken voorlopig met meerdere scenario’s in je financiële planning. De kans is reëel dat dit voorstel wordt aangepast of zelfs verworpen.


