800.000 huishoudens laten geld links liggen

Nederlands gezin aan keukentafel met laptop en gesorteerde spaarpotjes voor buffer, doelen en lange termijn

Afm wijst op gemiste kans: buffer klaar, maar nog niet aan investeren toe

Meer dan 800.000 Nederlandse huishoudens hebben voldoende spaargeld voor een noodbuffer, maar laten hun langetermijngeld toch op een spaarrekening staan. Dat blijkt uit recent onderzoek van de AFM, zoals samengevat door Knab.

De boodschap van de AFM is helder: investeren is niet voor iedereen, maar wie geld voor jaren kan missen, laat rendement liggen door alles op sparen te houden. De financiële toezichthouder benadrukt dat huishoudens hun vermogen moeten splitsen in drie bakjes: buffer voor onverwachte kosten, spaargeld voor concrete doelen en langetermijngeld dat mag schommelen.

Voor gezinnen met kinderen is dat laatste punt cruciaal. Wie nu al voldoende heeft voor bijvoorbeeld een nieuwe wasmachine, autoreparatie of zorgkosten, kan overwegen om geld dat pas over tien jaar of later nodig is, in een indexfonds of gespreide ETF-portefeuille te zetten.

Volgens Knab gaat het om een aanzienlijke groep die vanuit voorzichtigheid of gebrek aan ervaring niet de stap naar beleggen zet. Dat is begrijpelijk: rendement gaat met risico gepaard. Maar wie jarenlang 0,5% rente pakt terwijl inflatie rond de 2% blijft, ziet koopkracht verdampen.

Tegelijk blijkt uit breder Nederlands onderzoek dat ongeveer één op de drie huishoudens genoeg spaargeld heeft om te overwegen te beleggen, maar dat niet doet. De drempel zit vaak in onzekerheid over wanneer je ‘genoeg’ hebt en hoe je begint. Een vuistregel: drie tot zes maanden netto-inkomen als buffer, concrete doelen apart, en de rest pas aan het werk zetten voor de lange termijn.

De AFM zegt niet dat je alles moet beleggen, maar wel dat je bewust moet kiezen. Wie geld heeft dat tien jaar kan blijven staan, kan vandaag al beginnen met kleine bedragen en maandelijkse inleg.

Scroll naar boven