BV of privé beleggen: rekenvoorbeeld toont omslagpunt

Nederlandse ondernemer vergelijkt beleggingsopties tussen BV en privé op laptop met financiële grafieken

Bij 6% rendement over 15 jaar houd je in je bv €17.600 meer over dan privé

Als DGA kun je überhaupt niet beleggen zonder dat de fiscus meekijkt, maar de vraag is: waar doet-ie dat het minst pijnlijk? ABN AMRO heeft de cijfers uitgeplozen en concludeert dat je BV bij positief rendement meestal voordeliger is dan privé beleggen in box 3.

Het komt neer op een belastingrace. Binnen je BV betaal je eerst vennootschapsbelasting (19% tot €200.000 winst, daarboven 25,8%), en pas later box 2 wanneer je dividend uitkeert. In box 3 betaal je direct 24,5% of 31% box 2 over je uitkering, waarna je jaarlijks 36% belasting betaalt over het fictieve rendement van je beleggingen.

Die 36% box 3-heffing is de crux. Zelfs met het lagere Vpb-tarief van 19% en later box 2 erbij, kom je als BV-belegger goedkoper uit – zolang je rendement maar positief is en je horizon lang genoeg.

Een rekenvoorbeeld: stel je hebt €100.000 te beleggen met 6% jaarlijks rendement over 15 jaar. In je BV houd je na alle belastingen €156.400 over. Privé in box 3? Dat wordt €138.800. Verschil: €17.600 in je voordeel door de BV-route.

ABN AMRO’s analyse toont omslagpunten: bij een horizon van 15 jaar is de BV voordeliger vanaf 3,62% rendement (Vpb 19%) of 6,13% (Vpb 25,8%). Onder die percentages wint box 3 – maar welke belegger rekent op minder dan 4% over 15 jaar?

Let op: dit geldt voor beclaimd vermogen, waar box 2 aanspraak op heeft. Families met defensieve portefeuilles of uitgaven binnen 5 jaar kunnen beter voor privé kiezen. En vergeet niet: dividenduitkeringen verlagen je heffingskortingen, ook je ouderenkorting.

De vuistregel: langetermijnbeleggen met verwacht rendement boven 4-6% doe je in je BV. Korte horizon of spaarbuffer? Hou het privé. Bereken je persoonlijke omslagpunt voor je beslist.

Scroll naar boven